Duik in de bewogen geschiedenis van het Rijksmuseum: van Haagse wortels en de verhuizing naar Amsterdam tot Cuypers’ “kathedraal voor de kunst” met de Eregalerij en De Nachtwacht. Ontdek hoe verbouwingen, oorlogsjaren en nieuwe inzichten het museum steeds vernieuwden, met de fietspassage, het Aziatisch Paviljoen en Operatie Nachtwacht als blikvangers. En zie hoe digitalisering met Rijksstudio en actief herkomstonderzoek zorgen voor een open, eigentijdse kijk op Nederland en de wereld.

Van Nationale kunstgalerij tot Rijksmuseum (1800-1885)
Tussen 1800 en 1885 onderging het Rijksmuseum een ingrijpende metamorfose: van jonge staatscollectie tot nationaal museum in Amsterdam. Verhuizingen, naamswijzigingen en de zoektocht naar een eigen gebouw bepaalden deze periode.
- 1800: Oprichting als Nationale Kunstgalerij in Den Haag, bedoeld om de Nederlandse kunst en geschiedenis te tonen als uiting van een moderne natiestaat.
- 1808: Koning Lodewijk Napoleon verhuist de collectie naar Amsterdam en doopt haar om tot het Koninklijk Museum; topstukken zoals Rembrandts De Nachtwacht worden naar de hoofdstad gehaald. Na 1815 krijgt het museum de naam Rijksmuseum.
- 1817: Het museum betrekt het Trippenhuis aan de Kloveniersburgwal, maar de krappe, donkere zalen en gedeelde huisvesting met wetenschappelijke instellingen maken de beperkingen duidelijk. De roep om een doelmatig museum leidt tot ontwerpwedstrijden; in 1876 wordt het plan van Pierre Cuypers gekozen en start de bouw die in 1885 uitmondt in de opening van een eigen museumgebouw.
Zo groeide de Nationale Kunstgalerij uit tot het Rijksmuseum met een vaste plek in Amsterdam. De basis was gelegd voor het museum zoals we dat vandaag kennen.
Oprichting in den haag, verhuizingen en keuze voor amsterdam
De geschiedenis begint in 1800 met de Nationale Konst-Gallery in Den Haag, ondergebracht in Huis ten Bosch, opgezet om de belangrijkste Nederlandse kunst te beschermen en te tonen. In 1808 verplaatste koning Lodewijk Napoleon de collectie naar Amsterdam, waar het als Koninklijk Museum in het Paleis op de Dam meer zichtbaarheid kreeg en topstukken als De Nachtwacht samenbracht. Na 1813 werd het het Rijksmuseum en in 1817 verhuisde alles naar het Trippenhuis aan de Kloveniersburgwal, een prachtig maar onpraktisch pand voor grote doeken en een groeiende collectie.
De keuze voor Amsterdam werd definitief door de centrale ligging, de band met de Gouden Eeuw en de behoefte aan een modern museum. Zo ontstond het plan voor een nieuw gebouw aan de Stadhouderskade, dat de stedelijke keuze bekroonde.
De weg naar een eigen museumgebouw
Na jaren in het Trippenhuis werd pijnlijk duidelijk dat de collectie uit zijn jasje groeide: zalen waren smal, licht viel slecht en grote doeken konden nauwelijks goed worden getoond. Steeds vaker klonk de roep om een eigen, modern museum dat kunst én geschiedenis beter recht deed. Dankzij vasthoudende pleitbezorgers binnen de overheid kwamen er prijsvragen, maar plannen strandden op stijlkeuzes, locatie en geld. Uiteindelijk viel de keuze op de Stadhouderskade, aan de rand van de nieuwe stadsuitleg, waar je een nationaal visitekaartje kon bouwen.
Het ontwerp van Pierre Cuypers won: een mix van neogotiek en neorenaissance (negentiende-eeuwse stijlen met middeleeuwse en Nederlandse elementen) met een openbare doorgang door het hart van het gebouw. In 1876 begon de bouw, een gezamenlijk project van rijk en stad, dat in 1885 zijn bestemming vond.
[TIP] Tip: Verbind Huis ten Bosch, Trippenhuis, Cuypersgebouw met 1800, 1815, 1885.

Het gebouw van cuypers en de grote verbouwingen
Deze vergelijkingstabel laat in één oogopslag zien hoe Cuypers’ oorspronkelijke Rijksmuseum (1885) zich verhoudt tot de ingrepen in de 20e eeuw en de grote renovatie van 2003-2013, binnen de context van de geschiedenis van het Rijksmuseum.
| Aspect | Cuypers’ ontwerp (1885) | 20e-eeuwse aanpassingen | Renovatie 2003-2013 (Cruz y Ortiz) |
|---|---|---|---|
| Architectuur & symboliek | Neogotiek + neorenaissance; baksteen en natuursteen; rijk iconografisch programma met Nederlandse geschiedenis, stadswapens en glas-in-lood; muurschilderingen (o.a. door George Sturm). | Decoraties deels overschilderd of verwijderd; soberder, “witte” zalen; focus op neutrale presentatie. | Restauratie van gevel- en interieurdecoraties waar mogelijk; herstel van kleur- en beeldprogramma; respect voor monumentale waarden. |
| Ruimtelijke opzet & routing | Heldere as: Eregalerij naar Nachtwachtzaal; processie-achtige route; onderdoorgang deelt gebouw in twee vleugels. | Versnippering door tussenwanden en kabinetten; minder duidelijke route; meerdere ingangen en omleidingen. | Tussenwanden verwijderd; logische, chronologische route (ca. 1100-2000); nieuwe dubbele entree in de atria en Eregalerij als kern hersteld. |
| Licht & zalen | Daglicht via grote bovenlichten en daklanternen voor schilderijzalen. | Veel bovenlichten dichtgezet; kunstlicht domineert; lagere plafonds in delen. | Bovenlichten heropend/vernieuwd; klimaat en verlichting gemoderniseerd; daglicht keert terug in de zalen. |
| Onderdoorgang (fietstunnel) & toegankelijkheid | Publieke onderdoorgang dwars door het gebouw voor verkeer en voetgangers; stedelijke verbinding onderdeel van het ontwerp. | Regelmatige discussies en aanpassingen in gebruik; toenemend fietsverkeer. | Onderdoorgang behouden en opgewaardeerd; toegankelijk voor fietsers en voetgangers; museumentree verplaatst naar de atria aan weerszijden. |
| Nieuwe toevoegingen & functies | Bibliotheek, ateliers en open binnenhoven; focus op nationale kunstgeschiedenis. | Binnenhoven volgebouwd voor extra zalen en opslag; tijdelijke uitbreidingen. | Binnenhoven uitgegraven tot twee grote atria met publieksfuncties; nieuw Aziatisch Paviljoen; bibliotheek en voorzieningen gerestaureerd en gemoderniseerd. |
Conclusie: de renovatie bracht Cuypers’ visie op licht, route en symboliek terug, terwijl het Rijksmuseum tegelijk werd aangepast aan hedendaagse eisen en de onderdoorgang als stedelijke schakel behouden bleef.
Als je het Rijksmuseum binnenstapt, ervaar je meteen de visie van architect Pierre Cuypers: een “kathedraal voor de kunst” waarin baksteen, natuursteen, tegeltableaus en glas-in-lood het verhaal van Nederland verbeelden. Het neogotische en neorenaissancistische ontwerp opende in 1885 en combineerde vanaf het begin grandeur met een praktische opzet: een centrale passage als openbare doorgang, de Eregalerij die je naar De Nachtwacht leidt, en zalen waarin kunst en geschiedenis elkaar versterken. In de 20e eeuw werd het interieur op verschillende momenten versoberd en aangepast aan nieuwe ideeën over museale presentatie, techniek en bezoekersstromen, wat delen van de oorspronkelijke decoratie aan het zicht onttrok.
De grote vernieuwingsslag kwam tussen 2003 en 2013: twee binnenhoven werden getransformeerd tot lichte atria met een centraal entreegebied, de route door het museum werd chronologisch en overzichtelijk gemaakt, klimaat en licht werden gemoderniseerd en de fietsenpassage bleef als stadsstraat behouden. Met de heropening in 2013 kreeg je een museum dat Cuypers’ monumentale karakter herstelt én voldoet aan de eisen van een topmuseum van nu.
Ontwerp en symboliek
Cuypers ontwierp het Rijksmuseum als een herkenbare mix van neogotiek en neorenaissance, met ritmisch metselwerk in baksteen en natuursteen, hoge bogen en glas-in-lood dat de zalen een sacrale rust geeft. Alles draagt betekenis: gevels met wapens en spreuken, mozaïeken en schilderingen die de kunsten, deugden, ambachten en episodes uit de Nederlandse geschiedenis verbeelden, en tegeltableaus die verwijzen naar zeevaart en handel.
De centrale passage fungeert als stadspoort tussen Amsterdam en het museum, terwijl de Eregalerij als een processie naar het hoogaltaar van De Nachtwacht leidt. Zo verbindt het ontwerp jouw route met een nationaal verhaal: je beweegt letterlijk door een stenen geschiedenisboek dat trots en identiteit wil oproepen.
Aanpassingen in de 20e eeuw en de fietstunnel
In de 20e eeuw veranderde het Rijksmuseum meerdere keren van gedaante. Om meer publieksruimte te winnen werden binnenhoven dichtgezet, zalen opgedeeld en plafonds verlaagd, terwijl muurschilderingen en decoraties achter verflagen of wanden verdwenen. Nieuwe eisen rond veiligheid, klimaat en licht zorgden voor kabels, buizen en verlichting die de heldere zichtlijnen van Cuypers doorbraken.
Tegelijk groeide de rol van de centrale passage: als openbare verbinding tussen stad en museum bleef die route een dagelijkse doorgang voor fietsers en voetgangers. Tijdens de grote verbouwing aan het begin van de 21e eeuw stak de vraag op of je die fietstunnel moest sluiten, maar de keuze viel op behoud. Zo bleef de passage een levend stukje Amsterdam binnen het museumcomplex.
Renovatie 2003-2013 en heropening
Na jaren van dichtbouwen en ad-hoc-ingrepen kreeg het Rijksmuseum tussen 2003 en 2013 een volledige metamorfose onder leiding van Cruz y Ortiz. Twee dichtgezette binnenhoven keerden terug als lichte atria met één centrale entree, de logistiek verhuisde ondergronds en klimaat, licht en beveiliging werden naar topniveau gebracht. Cuypers’ kleuren, wandschilderingen en zichtlijnen zijn zorgvuldig hersteld, terwijl je route nu chronologisch door acht eeuwen Nederlandse kunst en geschiedenis loopt, met De Nachtwacht als helder middelpunt.
De fietspassage bleef een publieke straat. Met de heropening in april 2013 kreeg je een museum dat monumentale historie en eigentijdse museale eisen naadloos combineert, inclusief een vernieuwde bibliotheek en een Aziatisch Paviljoen voor kunst uit de regio.
[TIP] Tip: Gebruik de fietstunnel als startpunt om Cuypers versus renovatie toe te lichten.
De collectie door de tijd
De collectie van het Rijksmuseum laat twee eeuwen verzamelen zien: van staatsgalerij tot nationaal geheugen. Door de tijd groeit zij mee met nieuwe inzichten en aanwinsten.
- Meesterwerken van de Gouden Eeuw vormen de kern: schilderijen en geschiedenisstukken met Rembrandt, Vermeer, Frans Hals en Jan Steen, aangevuld met het Prentenkabinet vol tekeningen en etsen.
- Uitbreiding met Aziatische kunst en fotografie: in de 19e eeuw kwamen kunstnijverheid en design (Delfts blauw, zilver, meubels, scheepsmodellen, poppenhuizen) erbij; later volgden 19e- en vroeg-20e-eeuwse kunstenaars als Israëls en Breitner én fotografie; het Aziatisch Paviljoen biedt een venster op eeuwen kunst uit Azië en laat Nederland’s wereldwijde verbindingen zien.
- Behoud, restauratie en onderzoek: de collectie groeit via aankopen, schenkingen en bruiklenen; conservatoren en restauratoren bewaken de staat van de werken; met technisch en herkomstonderzoek (zoals röntgen en scans) worden maakprocessen en verhalen achter de objecten ontsloten, vaak zichtbaar voor het publiek.
Zo blijft het Rijksmuseum een levend archief van kunst en geschiedenis. Elke generatie voegt nieuwe lagen betekenis toe.
Meesterwerken van de gouden eeuw
In de Eregalerij kom je oog in oog met iconen die je beeld van de 17e eeuw bepalen: Rembrandts De Nachtwacht als eindpunt van je route, naast De Staalmeesters en Het Joodse Bruidje, waarin licht en emotie je meteen grijpen. Vermeer schittert met Het Melkmeisje en Het Straatje, stille momenten die jouw blik vertragen. Je ziet ook Frans Hals’ levendige portretten, Ruisdaels landschappen zoals De molen bij Wijk bij Duurstede, en Asselijns De Bedreigde Zwaan, een symbool van verzet.
Stillevens van Willem Kalf en zeegezichten van de Veldes tonen rijkdom, handel en vakmanschap. Samen laten deze topstukken zien hoe kunst, burgertrots en dagelijks leven in de Gouden Eeuw onlosmakelijk verweven raakten.
Uitbreiding met aziatische kunst en fotografie
De collectie van het Rijksmuseum verbreedde sterk met Aziatische kunst en fotografie, waardoor je het Nederlandse verhaal in een wereldwijde context ziet. In 2013 opende het Aziatisch Paviljoen, ontworpen door Cruz y Ortiz, waar je kunst uit onder meer China, Japan, India, Indonesië en Zuidoost-Azië ervaart: van boeddhabeelden en lakwerk tot porselein en zwaarden. Deze werken laten de uitwisseling via handel en koloniale netwerken zien, maar ook eigen tradities en vakmanschap.
Fotografie groeide intussen uit van bijlage tot volwaardig kerngebied binnen het Rijksprentenkabinet, met vroege daguerreotypieën en albuminedrukken, modernisme en hedendaagse fotografie. Door foto’s naast schilderijen en objecten te tonen, krijg je direct zicht op hoe mensen leefden, werkten en zichzelf verbeeldden, en hoe beeldcultuur door de tijd verandert.
Behoud, restauratie en onderzoek
Achter de schermen werken conservatoren en restauratoren continu aan het behoud van de collectie, zodat je kunst veilig en helder blijft zien. Preventief beheer begint bij licht, klimaat en ongediertebestrijding, gevolgd door nauwkeurige conditiechecks bij bruiklenen en zalenwissels. In de ateliers zie je soms restauraties live, zoals bij Operatie Nachtwacht, waar onderzoek en behandeling samenkomen. Met röntgen, infraroodreflectografie en macro-XRF-scans (een techniek die de chemische elementen in verf in kaart brengt) worden lagen, retouches en pigmenten ontrafeld; bij panelen helpt dendrochronologie om de datering te verfijnen.
Tegelijkertijd draait herkomstonderzoek op volle toeren, van oorlogsbuit en roofkunst rond de Tweede Wereldoorlog tot koloniale context. De onderzoeksbibliotheek en open data zorgen dat je bevindingen kunt volgen en kennis wereldwijd gedeeld wordt.
[TIP] Tip: Gebruik de tijdlijn van het Rijksmuseum om ontwikkelingen te volgen.

Oorlog, maatschappij en toekomst
In tijden van oorlog bewees het Rijksmuseum hoe kwetsbaar én veerkrachtig erfgoed is: tijdens de Tweede Wereldoorlog werden topstukken vroegtijdig uit de zalen gehaald en verspreid over schuillocaties in het land, zodat je na de bevrijding weer een intact nationaal geheugen kon terugzien. Daarna volgden jaren van herstel en herinrichting, steeds met oog voor een samenleving die verandert. Vandaag staat het museum midden in maatschappelijke discussies: je krijgt meerstemmige verhalen bij kunst en objecten, er is aandacht voor slavernij en koloniale context, en herkomstonderzoek en restitutie corrigeren onrecht waar dat kan.
Tegelijk zet de digitale strategie alles open: via Rijksstudio download je beelden in hoge resolutie, ontdek je details die je op zaal mist en bouw je je eigen collectie. Innovatie in restauratie en onderzoek, zoals Operatie Nachtwacht, laat zien hoe wetenschap en vakmanschap samen vooruitgang boeken. De blik blijft gericht op toegankelijkheid, onderwijs en duurzaamheid, zodat je nu én straks een completer, eerlijker en inspirerender beeld van Nederland en de wereld in het Rijksmuseum vindt.
Oorlogsjaren: evacuaties en herstel
Al vóór de Duitse inval startte het Rijksmuseum een grootschalige evacuatie van topstukken om ze uit bombardementen en plundering te houden. Schilderijen, beelden en archieven verdwenen in speciaal gebouwde kisten naar verspreide schuilplaatsen, met wisselende locaties naarmate het front verschoof. De Nachtwacht ging via Kasteel Radboud en een duinbunker uiteindelijk naar de Sint-Pietersberg bij Maastricht, waar constante koelte en veiligheid de collectie door de oorlog hielpen.
In Amsterdam bleven alleen minder kwetsbare objecten en tentoonstellingen over. Meteen na de bevrijding begon het terugbrengen, controleren en restaureren: conditierapporten, retouches, spanningen uit doeken halen en opnieuw inlijsten. De zalen werden heringericht en het publiek keerde snel terug. Zo kreeg je na jaren van schuilen weer een samenhangend nationaal geheugen in beeld.
Veranderende blik op het verleden en maatschappelijke rol
Het Rijksmuseum kijkt allang niet meer alleen door de bril van helden en hoogtepunten, maar laat je ook zien wie niet werd gehoord. Tentoonstellingen als Slavernij en Revolusi! brachten verhalen van tot slaaf gemaakten, Indonesische vrijheidsstrijders en hun nazaten naar voren, met objecten, archiefstukken en persoonlijke getuigenissen. Taal en zaalteksten zijn kritischer en inclusiever geworden, en omstreden termen worden waar nodig herzien en uitgelegd.
Tegelijk loopt herkomstonderzoek naar roofkunst en koloniale herkomst als een rode draad door de collectie, met aandacht voor restitutie wanneer dat aan de orde is. Via educatie, samenwerkingen met gemeenschappen en digitale toegang zoals Rijksstudio vervult het museum een publieke rol: je krijgt context, nuance en de middelen om zelf een geïnformeerde blik op het verleden te vormen.
Digitale innovatie en toegankelijkheid
Digitale innovatie maakt het Rijksmuseum voor je dichtbij, ook als je niet in Amsterdam bent. Via Rijksstudio blader je door honderdduizenden werken, download je hoge-resolutiebeelden rechtenvrij en zoom je tot op penseelstreekniveau; met open data, IIIF en een API bouw je zelfs je eigen onderzoek of project. Gigapixel-opnames en live-onderzoek, zoals bij Operatie Nachtwacht, laten je meekijken met restauratoren en nieuwe ontdekkingen.
In de app vind je audiotours, kaartjes en extra context die je bezoek soepel maken. Tegelijk staat toegankelijkheid centraal: je profiteert van duidelijke route-informatie, rolstoeltoegankelijke ingangen en liften, en online content met ondertiteling en beschrijvende teksten. Zo krijg je, op zaal én online, een inclusieve ervaring die kennis deelt zonder drempels.
Veelgestelde vragen over rijksmuseum geschiedenis
Wat is het belangrijkste om te weten over rijksmuseum geschiedenis?
Het Rijksmuseum ontstond in 1800 als Nationale Kunstgalerij, verhuisde naar Amsterdam en opende Cuypers’ gebouw in 1885. Het museum ontwikkelde collectie en onderzoek, overleefde oorlogsevacuaties, onderging de renovatie 2003-2013, en omarmt digitale toegankelijkheid.
Hoe begin je het beste met rijksmuseum geschiedenis?
Begin met de tijdlijn 1800-1885 en Cuypers’ ontwerp, bekijk de renovatie 2003-2013, en verken hoogtepunten: Gouden Eeuw, Aziatische kunst, fotografie. Gebruik Rijksstudio, bouwtekeningen en restauratieverslagen; combineer een museumbezoek met de fietstunnel voor context.
Wat zijn veelgemaakte fouten bij rijksmuseum geschiedenis?
Valkuilen: het museum reduceren tot de Gouden Eeuw, Cuypers’ symboliek negeren, oorlogsevacuaties overslaan, 20e-eeuwse aanpassingen en de fietstunnel vergeten, de rol in restauratie en onderzoek onderschatten, en digitale bronnen zoals Rijksstudio of archieftekeningen negeren.